Schietjargon verklaard: een woordenlijst
De belangrijkste termen van de schietsport, in mensentaal uitgelegd.
5 min lezenBijgewerkt op 18 juni 2026
Schietjargon verklaard
Elke sport heeft zijn taaltje, en de schietsport zit er vol mee — vaak in het Engels. Hier de termen die je het vaakst hoort, kort en helder. Houd deze lijst bij de hand.
Algemeen en veiligheid
- Kaliber: de diameter van de loop en de bijpassende kogel (bv. .22, 9mm).
- Kamer: de ruimte waar de patroon ligt op het moment van afvuren.
- Kamerveiligheidsvlag: een gekleurd plastic vlaggetje dat toont dat de kamer leeg is.
- Droogvuren (dry fire): oefenen zonder munitie, met gegarandeerd lege kamer.
- Misvuur (misfire): een patroon die niet afgaat. In Vlaanderen vaak een ketser genoemd.
Richten en treffers
- Korrel en keep: het voor- en achtervizier van een open vizier.
- Sight picture: het correcte totaalbeeld van vizier en doel.
- Groepering: hoe dicht je schoten bij elkaar liggen.
- Flyer: een schot dat onverklaarbaar buiten je groep valt.
- Zero: de afstand waarop je vizier en kogelbaan samenvallen.
Ballistiek en afstand
- MOA / MIL: hoekmaten om je vizier mee te verstellen en correcties uit te drukken.
- Klik: één verstelstap op je vizier(toren).
- Dope: je verzamelde viziercorrecties per afstand en omstandigheid.
- Kogelval (drop): hoeveel je kogel onderweg zakt door de zwaartekracht.
- Windage: de zijwaartse correctie voor wind.
Materiaal en wedstrijd
- Bipod: een tweepootsteun onder de voorkant van je geweer.
- Stage / string: een onderdeel, respectievelijk een schietreeks, in een wedstrijd.
- Low ready: starthouding met het wapen laag voor je, klaar maar niet gericht.
- Plinken: ontspannen, informeel schieten op blikjes en dergelijke.
Tip: een term tegengekomen die hier niet staat? Vraag het gerust in je club — niemand verwacht dat je het hele jargon meteen kent.
Zie ook: De vier fundamenten van schieten · MOA en MIL: je vizier afstellen en corrigeren